hjs vs bram m foto: www.amberbeckers.nl

 

Onschuld bewijzen is lastig

Vijftien jaar geleden had de beginnende schrijver dat waarschijnlijk meteen gedaan. Want tijdens zijn vorige carrière rookte hij nog dagelijks. Toen zocht Smienk regelmatig de grenzen van de wet op. In 1994 leidde dat ertoe dat hij in een Duitse gevangenis belandde.

Daar zat hij een jaar in voorarrest. De Nederlander werd ervan verdacht benzyl, methyl en ketone over de grens gesmokkeld te hebben. Toevallig zijn dat ook de grondstoffen voor speed.

Ondanks dat die ingrediënten toen nog niet op de lijst van verboden middelen stonden, verdween Smienk maandenlang achter slot en grendel.

In 1995 kwam hij vrij. Vooral omdat hij niet bezweek onder de druk van de politie. Omdat hij volhardend bleef zoeken naar de juiste advocaat. En omdat hij zich zelf verdiepte in de regels van het recht die van toepassing waren op zijn zaak. Hij schreef zijn ervaringen van zich af in zijn debuut: BMK (naar de beginletters van benzyl, methyl en ketone ofwel de grondstoffen voor speed, red).

In dit fictieve verhaal schuift hij zijn kritiek op het rechtsysteem en de boze wereld niet onder tafel.

Ook Moszkowicz werd niet altijd even zachtaardig behandeld. Zowel collega’s (zoals Gerard Spong) als journalisten (zoals Jort Kelder) hebben hem stevig bekritiseerd. Hij zou te nauwe banden hebben met zijn cliënten, waaronder veel topcriminelen. Hij zou te veel de publiciteit zoeken via roemruchte zaken of televisieoptredens. En hij zou zich schuldig maken aan belangenverstrengeling in de zaken Willem Endstra en Willem Holleeder.

Ook hij staat dus regelmatig onder druk. Dit leidde er zelfs toe dat hij op 19 februari 2007 besloot de verdediging van Willem Holleeder op te geven. ‘Politie en justitie hebben mijn werk onmogelijk gemaakt’, legde hij in een drie kwartier durende persconferentie uit.

Kan Bram Moszkowicz het systeem nog verdedigen dat Hugo Smienk zo in de steek heeft gelaten? Hoe veel vertrouwen hebben ze nog in de rechtspraak na hun ervaringen? En hoe scheiden we anders de slechte boeven van de brave burgers?

Stelling 1: Een eerlijk proces kan vanwege mediadruk alleen nog achter gesloten deuren plaatsvinden.

Moszkowicz: ‘Dat is onjuist. Om te voorkomen dat dingen onder de pet blijven die daar niet onder zouden moeten blijven, is het noodzakelijk dat een proces openbaar is. Zodat journalisten en burgers mee kunnen kijken.’

Smienk: ‘Natuurlijk kunnen de media een positieve invloed hebben door openheid te bevorderen. Maar ik denk wel dat bij bepaalde zaken, zoals zedendelicten bijvoorbeeld, het wenselijk is om alles achter gesloten deuren af te handelen.’

Moszkowicz: ‘Maar die mogelijkheid kent de wet ook. Je kunt als advocaat van een verdachte aan de rechter vragen om de deuren te sluiten.’

Smienk: ‘Ik doel vooral op het slachtoffer.’

Moszkowicz: ‘Ja, in dat geval ook. In een zaak die gaat over de verkrachting van een jong meisje, kan het beter zijn om haar rustig haar verhaal te laten doen. Zonder dat iedereen meekijkt. Als het nodig is, moet je als advocaat dus gebruik maken van die mogelijkheid. Maar daar moet je wel zuinig mee omgaan. Want openbaarheid is een groot goed. Dan ga ik er natuurlijk vanuit dat we altijd met pientere journalisten te maken hebben. Nu weet ik ook wel dat dat fictie is. Ik heb bijvoorbeeld afscheid moeten nemen van een erg grote zaak (de verdediging van Willem Holleeder, red. Quest). Daarin heb ik wel gemerkt dat veel journalisten papegaaien zijn. Als iedereen elkaar napraat, is het moeilijk om dat steeds weer te weerleggen. Toch vind ik dat nadeel minder belangrijk dan het voordeel van openbaarheid.’

Smienk: ‘Die media-aandacht verschilt per zaak. In mijn geval ging het om 15.000 liter BMK. Dat is een uitzonderlijk grote hoeveelheid. Toch heeft daar nooit een woord over in de krant gestaan. Maar het is wel dertien jaar geleden.’

Moszkowicz: ‘Tja, dat is een andere tijd. Nu is alles wat met recht te maken heeft een hot item. Misdaad verkoopt goed. Dat merk ik vooral sinds de laatste tien jaar. De ontvoering van Heineken en het proces tegen Desi Bouterse zijn zaken waar iedereen van smult.’

Smienk: ‘Maar daar voelen mensen zich ook echt bij betrokken. Heineken is een landsmerk en de zaak Bouterse speelt zich af in een oude kolonie.’

Stelling 2: Een verdachte is schuldig tot het tegendeel is bewezen.

Moszkowicz: ‘We gaan in Nederland natuurlijk uit van het tegenovergestelde.’

Smienk: ‘Toch werd ik in mijn geval constant onder druk gezet door de Bundes Kriminal Ambt. Dat is een soort Duitse FBI. Ze probeerden me steeds wijs te maken dat ik die vijftien jaar cel al zo goed als in mijn zak had. En ze plaatsten bijvoorbeeld ook spionnen in de gevangenis. Soms kwamen er ineens een paar nieuwe jongens binnen die steeds met me probeerden aan te pappen. Als je het strafbevel niet mag lezen waarop staat waarvan die mannen worden verdacht, dan weet je genoeg.’

Moszkowicz: ‘Het gebeurt in Nederland ook dat gedetineerden opdracht krijgen van de politie of justitie om medegedetineerden voorzichtig te ondervragen.’

Smienk: ‘Dat vindt vooral in het begin van het onderzoek plaats. Als de politie nog op zoek is naar zo veel mogelijk informatie om verdachten mee te kunnen confronteren. Ik werd hierover erg....’

Moszkowicz: ‘Pissig?’

Smienk: ‘Inderdaad. Toen heb ik zelf contact gezocht met de Nederlandse ambassade om dit aan te kaarten. Hun reactie? Ik kreeg een brief van de consult generaal waarin hij mij bewoog om een verklaring af te leggen en schuld te bekennen. Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Maar sommige medegevangenen volgen dat advies van zo’n autoriteit wel op. Ook al zijn ze onschuldig.’

Moszkowicz: ‘In principe is iemand onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Hoewel dat bij financiële zaken wel eens op het tegenovergestelde lijkt. Kijk, je hebt ten eerste te maken met de commune rechtzaak. Dat gaat over normale delicten zoals bijvoorbeeld diefstal, heling en witwassen. Maar daarnaast wordt tegenwoordig ook vaak een strafrechtelijk financieel onderzoek gestart naar het wederrechterlijk verkregen voordeel van de verdachte. Dat betekent dat justitie je het geld ontneemt dat je met het strafbare feit zou hebben verdiend. Daarna zul je moeten bewijzen dat het niet is verkregen middels een misdaad. Dat is bijna omkering van de bewijslast.’

Stelling 3: Een advocaat wordt beoordeeld op de daden van zijn cliënt.

Moszkowicz: ‘Het idee dat als je een grote boef verdedigt, je zelf ook wel een grote boef zal zijn, is van alle tijden.’

Smienk: ‘Daar heeft u wel veel last van hè?’

Moszkowicz: ‘Ik doe dan ook niet de kleinste zaken. Maar ik houd de persoon advocaat en de persoon cliënt goed gescheiden. Echter, naarmate een zaak meer in de publiciteit komt, komt de advocaat dat ook. Het is niet zo dat beide personen één worden, maar ze hebben wel invloed op elkaar. In die zin, dat een slimme verdachte goed naar zijn advocaat luistert wat hij moet doen. En dat een advocaat ook goed luistert naar zijn cliënt. Want die vertelt soms dingen waar je wat aan hebt.’

Smienk: ‘Mijn advocaat heeft ooit in Der Spiegel gestaan omdat hij mensen had verdedigd die iets met uranium hadden gedaan. Dat achtervolgt hem wel een beetje. Maar ik vond het gewoon een fijne vent. Ik weet niet of het ethisch is, maar daar is ook een vriendschappelijke relatie uit voortgevloeid.’

Moszkowicz: ‘Waarom niet? Er is niets op tegen om amicaal met een cliënt om te gaan. Zeker niet als je hem al lang bijstaat. Als ik iemand op straat tegenkom die van ernstige strafbare feiten wordt verdacht, maar hij is wel mijn cliënt, dan schud ik hem gewoon de hand. En natuurlijk heb ik wel eens getwijfeld. Ik heb bijvoorbeeld ooit op de dansvloer gestaan met Bouterse. Daar ben ik toen wel op afgerekend in de media. Dat zou ik nu niet meer doen. Niet omdat ik iets heb gedaan wat moreel onaanvaardbaar is, maar omdat ik heb gemerkt hoe lang je dat achtervolgt.’

Smienk: ‘Ik denk dat dat ook weer afhangt van de tijd waarin de kwestie zich afspeelt. De advocaat die ik in Duitsland heb gehad, sliep wel eens bij ons thuis. Dan gingen we samen Koninginnedag vieren in Amsterdam. Als BMK op dat moment een door de media gedragen zaak was geweest, had dat nooit gekund.’

Moszkowicz: ‘Nee, nooit.’

Stelling 4: Nederland snakt naar juryrechtspraak.

Moszkowicz: ‘Als advocaat ben ik een groot voorstander van juryrechtspraak. Want als je een goede advocaat bent, heb je veel meer kans om een jury te overtuigen dan drie professionele rechters. Maar met een slechte advocaat geldt bijvoorbeeld in Amerika, waar juryrechtspraak bestaat, dat de cliënt de pineut is. Als je in Nederland met een slechte advocaat te maken hebt, is dat niet leuk. Maar dan heb je altijd nog die drie professionele rechters die zullen doen wat de slechte advocaat nalaat. Dat doen die juryleden in Amerika niet. Die denken alleen: ‘wat een gelul van die advocaat. Veroordelen die hap!’ Als advocaat zeg ik dus: een mooie uitdaging. Laat maar komen die jury. Maar als mens, kijkend naar de maatschappij, de burger en onze rechtstaat, kies ik voor professionele rechters.’

Smienk: ‘Ik moet er toch echt niet aan denken, zo’n jury. Als een rechter met zijn slechte been uit bed stapt, heb je nog de illusie dat hij in elk geval gewoon zijn werk gaat doen.’

Stelling 5: Met de juiste advocaat is iedereen onschuldig.

Moszkowicz: ‘Dat is onzin.’

Smienk: ‘Goh, ik had een heel ander antwoord verwacht.’

Moszkowicz: ‘Nee, het is niet belangrijk dat je een bekende advocaat neemt, of dat je daar veel geld voor neerlegt. Je hebt gewoon een advocaat nodig die zijn werk goed doet. Ik vind dat veel mensen, advocaten, zich met het strafrecht bemoeien, die niet de kennis en het specialisme hebben om dat te doen. En een bekende naam is ook geen garantie. Want als alles klopt, het dossier deugt en er voldoende bewijs is, dan kun je met tien Moszkowiczen aankomen, maar dan zal de rechter toch een veroordelend vonnis uitspreken. Het grappige in mijn vak is natuurlijk om te kijken of men inderdaad alles rechtmatig heeft opgespoord. Als dat zo is, kun je hoogstens nog wat bereiken in de hoogte van de strafmaat.’

Smienk: ‘De belangrijkste visitekaartjes van een advocaat zijn niet voor niets de gevangenen.’

Moszkowicz: ‘Ja.’

Smienk: ‘Zo heb ik die van mij ook gevonden.’

Moszkowicz: ‘Het moet natuurlijk ook klikken. Iemand kan juridisch en technisch heel goed zijn. Maar als je meteen al een antipathie tegen zo’n vent hebt, zul je je daarbij ook niet op je gemak voelen.’

Smienk: ‘Ik vond het ook erg belangrijk dat ik het idee kreeg dat hij ervan overtuigd was dat ik onschuldig was. Een beetje naïef, want ik leerde later dat de meeste advocaten zullen zeggen dat het niet ter zake doet.’

Moszkowicz: ‘Dat klopt ook.’

Smienk: ‘Behalve een goede band, doet geld natuurlijk ook ter zake. Ik had eerst een pro-deoadvocaat die ik heb ontslagen omdat hij zijn werk niet goed deed. Mijn tweede advocaat heb ik wel betaald. Maar op een gegeven moment was het geld wel op.’

Moszkowicz: ‘Tja, ik maak dagelijks mee dat ik een zaak niet kan aannemen omdat mensen het niet kunnen betalen. En ja, in principe laat ik mij betalen voor mijn bijstand. Omdat ik een specialist ben, mag ik van de Nederlandse Orde van Advocaten maximaal 500 euro per uur rekenen.’

Stelling 6: Nederlandse gevangenissen zijn net hotels.

Smienk: ‘Dat lijkt mij niet. Ik ben ervan overtuigd dat wij over enkele tientallen jaren op dit systeem terugkijken, zoals we nu naar de Romeinen kijken die mensen voor de leeuwen gooiden. Primitief dus. Ik denk niet dat vrijheidsberoving altijd effectief is.’

Moszkowicz: ‘Integendeel. Het is zelfs bewezen dat gevangenisstraf niet werkt. Ik ben zelf een groot voorstander van bijvoorbeeld werkstraffen. Ik begrijp wel dat dat niet voor alle delicten geschikt is. Maar in elk geval wel vaker dan nu het geval is.’

Smienk: ‘Ik zou ook niet zo gauw een andere oplossing weten dan opsluiting. Maar elke vorm van vrijheidsberoving vind ik een kwalijke zaak. Het is wel zo dat het gevangenisleven in Duitsland veel harder is dan in Nederland. Tijdens mijn voorarrest zat ik 23 uur per dag binnen. En als de bewakers geen zin hadden om naar buiten te gaan omdat het regende, dan zat je gewoon 24 uur vast. Wat je dan doet? Je zaak bestuderen. Ik zeg altijd dat ik nog een tijdje in Duitsland heb gestudeerd: praktijkrecht. En verder? Mens-erger-je-niet, backgammon. Ja, hier zit een ware backgammon-koning.’

Moszkowicz: ‘Elke dag vastzitten is verschrikkelijk. Maar als je Nederland vergelijkt met gevangenissen in het buitenland, dan zeg ik wel dat wij humane gevangenissen hebben. Ik heb ooit een van de Heineken-ontvoerders in Paraguay bezocht. Daar lagen de lijken gewoon op de grond ter afschrikking van gevechten en dergelijke. Die situatie is natuurlijk nog veel extremer. Maar mensen die zeggen dat gevangenissen hier hotels zijn, zou je er gewoon eens een weekje in moeten zetten. Dan piepen ze wel anders.’

[Meer informatie]

www.moszkowicz.nl : informatie over het kantoor Moszkowicz, Moszkowicz, Moszkowicz & Moszkowicz Advocaten.

[BRON] www.quest.nl

Bram Moszkowicz

Geboren: 26 juni 1960

Beroep: Advocaat en procureur

Hugo Smienk

Geboren: 30 oktober 1964

Beroep: Misdaad / roman schrijver