...wars van alle geluiden waarmee mijn collega probeerde uit te leggen dat dit een kansloze actie was.
‘Nee, nee,’ vertelde ik hem, ‘je zult zien dat wij deze impasse gaan doorbreken. Zeker als men daadwerkelijk het pareltje van ons bedrijf, genaamd ‘Klaplopers’ leest.
Hoofdschuddend over zoveel enthousias-me hield mijn goede vriend en collega-uitgever verder zijn mond en gingen wij verder met de dagelijkse gang van zaken.

 
Eindelijk werd het maandag 25 januari, de dag waarop het persbericht verscheen met de lijst genomineerden voor de wedstrijd. Tot mijn grote spijt moest ik constateren dat géén van onze ingezonden boeken erop vermeld stond.
‘Verdomme,’ vloekte ik en nam meteen de ringende telefoon op. Jawel hoor, mijn waarschuwende vriend en collega die quasi grappig het nieuws er nog even goed in wreef.

Nadat hij zijn gram gehaald had, wees hij mij op de uitgevers van de boeken die op de longlist staan. Geen enkele keer kon ik “nieuw bloed” ontdekken.
‘En dit is al jaren zo,’ hoorde ik door de telefoon heen.

Deze constatering bracht mij de vraag of nu alleen grote uitgeverijen met enorme budgetten de juiste “know how” en expertise in huis hebben om de pareltjes uit de boekenwereld te kunnen ontdekken en selecteren… Om daarna meteen tot de sluitende conclusie te komen dat dit niet het geval is. Sterker nog, veel van de boeken uit de fondsen van de markt-leiders halen het in kwaliteit bijlange na niet met die van de kleinere vakbroeders. Als kanttekening moet ik meteen erbij vertellen dat de scoringskans voor hen waarna wij – wij zijn de kleine bedrijven in het vak – opkijken en die wij verguizen, groter is dan bij ons. Want iedere beginnende auteur die voor het eerst zijn manuscript opstuurt, kiest vanzelfsprekend een meer bekende uitgever om het aan te bieden.
Maar dat is een ander verhaal.

In deze column over de uitwerking van een dergelijke wedstrijd blijft bij mij nog een prangende vraag overeind staan, namelijk of het meedoen aan een dergelijke strijd nieuw talent een kans biedt. Want zonder gêne durf ik hier te stellen dat het boek ‘Klaplopers’ – ook al  is het van eigen hand – net zo goed of beter is dan de geselecteerde boeken. Ongetwijfeld zullen er nog veel meer boeken en masse deze kwalificatie kunnen verkrijgen.

We zullen het nooit weten, want de longlist lijkt te zijn gevuld met boeken van uitgeverijen die deze wedstrijd aanpakken om nog meer licht op hun veelal al overbelichte en regelmatig ondermaatse werken te laten schijnen.

Klinkt het als kinnesinne? Vast wel, maar ja, SuperLoeLoe Uitgevers is nou eenmaal een heel klein bedrijf en om te overleven en ervoor te zorgen dat men onze boeken leest, moeten wij wel van ons af bijten. Hoe anders kan ik u dan prikkelen om een boek uit ons fonds te kopen? Onder de landelijke schijnwerpers komen wij via een wedstrijd in ieder geval niet.

Lees ‘Klaplopers’ en overtuig uzelf. Bent u het nadien niet eens met mijn stelling? Schrijf dan een column om mij hiervan te overtuigen en als ik deze plaats, krijgt u van mij het geld terug van de aanschaf van het boek ‘Klaplopers’ en tevens ontvangt u een ander boek naar keuze uit ons fonds.

 

Leuke uitdaging? Ik hoor het graag.


Want bij ons bedrijf geldt dat uw leesplezier voorop staat en wanneer die missie niet is volbracht, rest mij niet anders dan u in uw gelijk te steunen, maar wanneer wij gelijk hebben, dan hoor ik dat ook heel graag van u!

Hartelijke groet,

Hugo Smienk


Auteur en directeur van SuperLoeLoe Uitgevers